Team Syrië op WK: gevlucht om te kunnen fietsen

Voor Mohamed Rayes, Badreddin Wais en Nazir Jaser gaan de wereldkampioenschappen niet om de medailles. Ze doen mee, en dat hadden ze een paar jaar geleden niet durven dromen. Gevlucht voor de oorlog in thuisland Syrië zijn ze nu misschien wel de meest trotse deelnemers van de WK in Bergen.

“Mohamed beschikte niet over een bommenradar”

Er is paniek. Mohamed Rayes heeft zijn fiets van de Tacx gehaald na zijn warming-up en komt er – amper twee minuten voor de start – achter dat zijn achterband halfleeg is. Vader Amin Rayes gebaart vanuit de klaarstaande volgauto driftig dat er iets moet gebeuren. Op het allerlaatste moment komt er een fietspomp tevoorschijn. Een man rent naar de fiets van Mohamed Rayes, sluit de pomp aan op het ventiel en voelt met zijn duim of er genoeg lucht in zit. Voorband ook maar even controleren, die blijkt in orde.

Rayes, woonachtig in Utrecht, is een eerstejaars junior. Zeventien jaar oud. Hij doet vandaag mee aan de individuele tijdrit en zaterdag aan de wegwedstrijd in zijn klasse. Het verhaal van Mohamed en Amin Rayes komt in mei van dit jaar in het Nederlandse nieuws als schrijver Frank Heinen op fietsblog hetiskoers.nl een brief van Theo de Rooij publiceert. Die brief heeft De Rooij eerder geschreven als aanbeveling voor een fonds, er moet namelijk een nieuwe fiets komen voor Mohamed en de familie Rayes heeft dat geld niet.

De Rooij schrijft:
“Mohamed is een jongen met aanleg, maar vooral ook karakter. Ik heb hem meermaals gezegd dat ‘renners hier opgroeien met buienradar; toen Mohamed in Syrië fietste beschikte hij niet over een bommenradar…’ Dat geeft hem een voorsprong op zijn westerse fietsmaatjes die nooit meer teniet kan worden gedaan. De entourage van Mohamed is op zoek naar (financiële) hulp om hem te voorzien van een fiets waarmee hij goed uit de voeten kan. Ik hoop dat deze brief daarbij kan helpen.”

Als De Rooij de brief schrijft, kent hij de familie Rayes al een tijdje. Amin Rayes benadert De Rooij namelijk in het najaar van 2014 via Facebook. Amin Rayes schrijft dan: “Ik ben Amin uit Syrië en ik heb een talentvolle zoon die in Syrië fietst. Kun je ons helpen?” Rayes is gevlucht via de bekende smokkelroute en probeert zijn familie naar Nederland te krijgen. Dat lukt, in het voorjaar van 2015. Dan komt Mohamed naar Nederland, samen met zijn moeder, zus en twee broers.

De Rooij besluit Amin en Mohamed Rayes na het eerste contact in 2014 te helpen. Hij brengt Mohamed onder bij wielervereniging De Volharding, adviseert en De Rooij schrijft een brief om Mohamed op een nieuwe fiets te krijgen. Zo leert Mohamed de Nederlandse (koers)cultuur voorzichtig kennen. Hier, in Bergen, zit Mohamed Rayes op een strakke tijdritfiets. Als hij op het startpodium staat is het bijna drie jaar geleden dat hij naar Nederland kwam. De brief van De Rooij is vier maanden geleden verstuurd. Mohamed ziet 21,1 kilometer tijdritgenot voor zich liggen. 21,1 kilometer om de hoop uit te putten ooit profrenner te zijn, want dat is zijn doel. De laatste voorbereiding is een innige omhelzing met zijn vader.

“Ik heb niets met politiek, ik wil fietsen en studeren”

Naast die omhelzing staan Badreddin Wais (26) en Nazir Jaser (28) – de eliterenners in de Syrische ploeg. Zij hangen – in volledig tijdritkostuum – al een goed uur rond de tent waar renners zonder ploegbus of andere voorzieningen zich op kunnen warmen. Wat Syrische jongens die in Noorwegen wonen en renners uit Eritrea, Namibië en Ethiopië zijn het gezelschap. Zo nu en dan gaan Wais en Jaser op de foto met hun fans uit Syrië. Jaser en Wais lijken de fans al jaren te kennen, in werkelijkheid is dat slechts een paar uur. De fans filmen alles om het live te streamen op Facebook, iedereen moet weten wat hun helden doen in Bergen.

Wais heeft zonet de communicatie geïnstalleerd bij Rayes. “We zijn hier met zijn vieren. Amin is de coach, ploegleider, en verzorger in één.” Als Wais weer aan het hek hangt begint hij te vertellen – hij spreekt vloeiend Schwyzerdütch en goed genoeg Engels om zijn verhaal te kunnen doen. “Ook ik ben gevlucht, nu iets meer dan drie jaar geleden. Van Damascus naar Libanon. Toen met de boot naar Turkije en daarna weer met een boot naar Griekenland. Het lukte me een vliegticket te boeken naar Genève, daar ben ik opgevangen. Ik wilde weg uit Syrië omdat ik anders het leger in zou moeten. Ik heb niets met politiek, ik wil gewoon fietsen en studeren.”

In Syrië heeft Wais tot het uitbreken van de oorlog een goed leven. Hij doet een sportopleiding en heeft, voor Syrische begrippen, fietstalent. Daarom wordt hij in de nationale selectie opgenomen. Door zijn status als fietstalent krijgt Wais van de regering een toelage waarvan hij goed kan leven. Wais kwalificeert zich als junior zelfs voor de WK in 2009, toevallig in zijn latere thuisland Zwitserland (Mendrisio). Hij wordt er in de tijdrit, zijn favoriete discipline, op vijfenhalve minuut gereden door winnaar Luke Durbridge.

Eenmaal in Zwitserland pakt hij het fietsen zo snel mogelijk op, ook al is het begin van Wais’ Europese leven zwaar. Hij spreekt de taal niet, maar zijn sociale vermogens helpen hem uit de brand. Wais heeft de gunfactor en leert snel. De Nederlander Gudo Kramer komt met hem in contact. Kramer heeft in Nederland het Marco Polo Cycling Team opgezet, een ploeg voor vluchtelingen die willen koersen. Kramer: “Fietsen is een geweldig integratiemiddel. Ze leren mensen kennen, hebben een doel. Als ze thuis gaan zitten, schuilt het gevaar dat ze totaal gedemotiveerd raken.”

Wais komt nooit naar Nederland, maar koerst in 2016 door een samenwerking van Kramers ploeg in Spanje. “Nee, ik geloof dat hij nooit een koers heeft uitgereden daar. Is ook zwaar, daar in Spanje”, vertelt Kramer. Wie je er ook naar vraagt, Wais wordt omschreven als een buitengewoon sociale jongen, vrolijk, met passie. En Wais heeft doorzettingsvermogen. Dat blijkt wel. Ondanks dat hij in Europa aan alle kanten voorbij wordt gereden, blijft hij fietsen. Zo veel en zo vaak mogelijk.

Uiteindelijk komt Wais in contact met Tempo Sport, een ploeg in Zwitserland. De ploeg bestaat uit goedgetrainde amateurs. Zij adopteren Wais in 2017 en ondersteunen hem met zo’n beetje alles wat hij nodig heeft als wielrenner. Hij woont dan intussen in Pfäffikon, een plaatsje in de buurt van Zürich. Daar werkt Wais in een supermarkt om zijn geld te verdienen, terwijl hij in zijn vrije tijd werkt aan zijn taal- en sportvaardigheden. Wais wil namelijk weer studeren, verdergaan met een sportopleiding. En als hij niet door de toelating komt wordt hij fitnessinstructeur.

Dit jaar heeft ook Wais een nieuwe fiets nodig. Er wordt een inzamelingsactie op touw gezet in Zwitserland. Wais krijgt een nieuwe tijdritfiets, met bijbehorende helm en uitrusting. Wais: “Ik heb zo veel hulp gehad. Zonder die hulp had ik hier nooit gestaan. Toen werd ik gevraagd mee te doen aan dit WK. Omdat het niet ver van Zürich is, kon ik gaan. Ieder land mag twee renners inzetten op de tijdrit, Nazir en ik zijn de enige renners die in aanmerking komen. Bij de Syrische bond zit iemand die daar niet moeilijk over doet, hij geeft ons akkoord om op Syrische licentie te rijden.”

Over de oorlog praat hij niet, hier in Bergen. Wais en zijn Syrische ploeggenoten hebben niets met politiek, ze willen fietsen en vooruitkijken. Ze voelen zich verbonden door hun afkomst en de liefde voor de fiets. Terwijl hij aan het hek hangt, kijkt Wais naar Rayes. Rayes staat intussen op het startpodium, met een camera recht op zijn gezicht. Hij blaast drie keer, de zenuwen kloppen in zijn nek naar buiten. Dan laat hij zijn fiets van het podium rollen. Als een kalf dat voor het eerst de wei in mag bokt Rayes over de eerste meters van het parcours.

Zwaarder schakelen en rust vinden. Fietsen, want daar is hij voor naar Bergen gekomen. 32 minuten en achttien seconden nadat hij is gestart komt Rayes over de finish. Onderweg moet hij stoppen om zijn wiel recht te zetten. Het loopt aan. “Heel jammer, pech. Maar dat kan gebeuren. Zaterdag heb ik een nieuwe kans, dat wordt mijn dag”, zegt Rayes een dag na zijn tijdrit met een lach op zijn gezicht.

Een race om te vieren

Een dag na de tijdrit van Rayes is het woensdag, de dag van de waarheid voor Jaser en Wais. De fans uit Syrië filmen weer, vanuit vijf verschillende hoeken. Dit keer zijn er ook wat journalisten die het verhaal van Wais en Jaser willen weten. Het is een gezellige bende, hier in de lobby van het mediacentrum dat pal naast de start ligt.

Mohamed Rayes is komen vertellen nadat zijn vader gebaarde dat hij met die Nederlandse journalist moest komen praten. Als hij aan komt lopen, plukt Amin Rayes wat aan de broek en het jack van zijn zoon. Hij zegt iets in het Arabisch, blijkbaar om te controleren wat zoonlief aan heeft. Niet te koud, alleen een hemd eronder? Mohamed lacht vriendelijk, met de herkenbare ongemakkelijkheid van een zeventienjarige die zich een beetje schaamt voor de openlijke zorgen en bemoeienis van zijn vader.

Ze vertellen over gisteren, terwijl Wais op de achtergrond zijn warming-up doet met zijn rug naar de belangstellenden. Er staan intussen zeker twintig mensen om Wais heen. “Mohamed moet hier vooral van leren, ervaring opdoen”, zegt Amin Rayes. Hij is van rol gewisseld, van vader naar coach. Zaterdag weer een kans, weten vader en zoon. “Bij de Nederlanders blijven, dat zijn de beste wielrenners”, zegt Amin Rayes terwijl hij de arm van zijn zoon grijpt om voor te doen hoe je bij iemand blijft. Mohamed lacht.

Wais warmt zich geconcentreerd op. Af en toe doet hij een sprint om zijn benen op spanning te brengen. Hij start straks als derde van het veld. Naast Wais zit Jaser rustig op een stoel, zijn start is anderhalf uur later. Mohamed Rayes en Jaser stoeien wat met elkaar, Wais zit in zijn eigen wereld. De verhalen van Wais en Jaser zijn vergelijkbaar. Ze kennen elkaar nog van de nationale selecties in Syrië, maar kozen hun eigen weg in Europa. Jaser heeft iets meer talent, is twee jaar ouder en daarmee de nestor van de ploeg. Ook hij vluchtte met boten via Turkije en Griekenland naar Europa. Jaser wist geen vliegticket te boeken, maar liep door Europa, pakte treinen en alles wat hem dichter bij Duitsland bracht. Tot hij in Berlijn kwam.

Het is nog tien minuten tot de start van Wais. Nog één lange sprint, daarna zijn de benen er klaar voor. Alexey Lutsenko, de eerste starter van de dag, staat al klaar om te vertrekken. Wais merkt ineens dat hij laat is. Gehaast vertrekt Wais om zich om te kleden. Hij is geërgerd in perfect Schwyzerdütch. Jaser bevestigt de communicatie op de rug van zijn ploeggenoot en geeft hem een paar stevige kloppen op zijn schouders. Helm op, schoenen aan.

Nog vier minuten tot vertrek. De Syrische fans blijven filmen. Er komt een luchtdruktoeter tevoorschijn, die meteen getest wordt. Het clubje gaat alvast naar de start. Even blijft Wais alleen achter. Hij pakt zijn fiets en rolt naar de start. Blik op oneindig. Waar zou hij aan denken? Waarschijnlijk alleen aan zo hard mogelijk fietsen, want dat doet Wais graag.

Als Wais vertrekt, schiet de volgauto achter hem aan. Uit het raam steekt een arm met een telefoon in de hand. De livestream loopt door. Na 27,5 kilometer komt Wais bij de fietswisselzone. Daar staat Mohamed Rayes klaar met de wegfiets, die Wais van de Zwitserse bond voor de gelegenheid mag gebruiken. Een andere verzorger zal op de motor springen om Wais te volgen. In de rugzak van de verzorger zit de luchtdruktoeter, veel waardevoller dan een reservewiel. Dit is een race om te vieren, en dus wordt er gevierd.

Wais schiet voorbij. Mohamed pakt zijn tijdritfiets aan en Wais fietst naar boven. Nog ruim drie kilometer zwoegen, al is dat zwoegen relatief in verhouding tot de weg die hij tot Bergen aflegde. Wais eindigt op bijna elf minuten van wereldkampioen Tom Dumoulin, Jaser is tweeënhalve minuut sneller dan zijn landgenoot. Maar wat doet het ertoe? Team Syrië schittert al door mee te doen op deze wereldkampioenschappen.

Geschreven door: