Stage op Curaçao: zorgeloos of zorgelijk?

Bijna drie maanden zat ik op Curaçao. Om journalistieke ervaring op te doen, eens in een andere cultuur te werken en gewoon om iets nieuws mee te maken. Toen ik op het vliegtuig stapte had ik één opdracht. Voor HanzeMag mocht ik portret-achtige stukken schrijven over Groningse stagiairs op Curaçao. Na ontmoetingen met stagiairs, stagebegeleiders en stagebureaus viel het op dat de stagiairs op Curaçao er soms akelig alleen voor staan. Begeleiding? Docenten hebben er nauwelijks tijd voor. 

Het uitzicht is prachtig vanaf de Handelskade in Willemstad. Rechts worden de bekende gekleurde gevels vanuit de hemel krachtig belicht door de zon. Het is 34 graden. Links heeft de Holland-Amerika Lijn, tegenwoordig een cruisemaatschappij, zojuist zijn rijke passagiers afgezet. Nu ligt het immense schip te rusten in de haven, vlak naast het Maritiem Museum. Het is geen straf om een paar maanden op Curaçao te vertoeven. Niet zo gek dus dat jaarlijks tientallen Groningse stagiairs kiezen voor een avontuur aan de andere kant van de oceaan.

Tijdens het eerste semester van dit studiejaar zitten er veertien Hanze-studenten op Curaçao. Facility Management-studente Lieke de Koe is één van die veertien. Ze loopt stage bij het Maritiem Museum, dat gemoedelijk en fris (de airconditioning doet zijn werk) aanvoelt. “Het weer zit in ieder geval mee”, knipoogt Lieke.

Word maar zelfstandig!

“Ik wilde naar de warmte en de opdracht sprak me aan”, gaat Lieke verder. “Ik zoek uit hoe het museum meer mensen kan trekken van de cruises.” Eenmaal op Curaçao blijkt een stage in het buitenland ook een mindere kant te kennen. Je hoeft als student Facility Management namelijk niet te rekenen op veel steun van je opleiding. “Ze zeggen dat je zelfstandig moet zijn, maar ik had wel wat meer ondersteuning verwacht. Ik zit hier nu en moet het maar uitzoeken. Er wordt niet op me gelet en er wordt al helemaal niet gecontroleerd wat ik hier doe.”

Lieke blijkt niet de enige. Meer studenten geven aan dat ze weinig tot geen contact hebben met hun docent-begeleiders in Nederland. Het is te zien dat Leo Helms zich ergert als het over de begeleiding van de opleiding gaat. Helms is de zogeheten bedrijfsbegeleider van Lieke. “De begeleiding vanuit de opleiding is niks. Dat is waar ik het elke keer weer over heb met Bureau Buitenlandstages. Ik geef steeds aan dat ik van tevoren wil praten met de docent die de stagiair begeleidt, zodat die mij in kan lichten over wat voor vlees ik in de kuip heb.”

Bureau Buitenlandstages

Een rol in de begeleiding hebben de mensen van het Bureau Buitenlandstages (BBS) niet. Terwijl zij juist een belangrijke connectie kunnen zijn tussen het stagebedrijf en de opleiding, denkt Helms. “Dat contact tussen BBS en de studie is gewoon slecht. Daar zit een hiaat.”

Marius Bremmer is de geestelijk vader van BBS. Hij richtte het bureau op om stageplaatsen in het buitenland te regelen voor zijn studenten. Intussen bemiddelt het bureau tussen achttien Hanze-opleidingen en stagebedrijven over de grens. “We bemiddelen, de inhoudelijke begeleiding is een zaak van de opleiding”, maakt Bremmer duidelijk. “Wel vragen we de docent-begeleiders waar we op moeten letten als we bij hun studenten op bezoek gaan”, legt Heinrich Naumann uit. Naumann, die voor BBS werkt, is met Bremmer op Curaçao om stagebedrijven te bezoeken. De sfeer komt ongedwongen over als Bremmer en Naumann na een lange dag werken op een terras midden in Willemstad vertellen over het bureau.

Het bezoeken van alle stagebedrijven in het Caribisch gebied herhaalt zich ieder jaar om het contact met het netwerk te onderhouden. Contact met de docent-begeleiders van de Hanze is er vervolgens nauwelijks. Naumann: “Dat zouden we wel graag willen, maar daar is door de werkdruk geen tijd voor. We bemiddelen jaarlijks vierhonderd stages. Bovendien worden docent-begeleiders buiten ons gezichtsveld toegewezen aan de studenten. Daar gaan wij niet over. Zij maken onderling afspraken.”

“Die afspraken verschillen per studie enorm”, vult Bremmer aan. “Bij Fysiotherapie en Toegepaste Psychologie heb je een aantal vaste begeleiders die dat al jaren doen en er ook goed in zijn. Maar het gebeurt ook dat opleidingen docenten toewijzen die nog uren in te vullen hebben en daarom een student moeten begeleiden.”

Moeizaam vanaf het begin

Lieke moest het, tot haar ongenoegen, doen met een begeleidster die ze niet kende en ook niet aanwezig was op de speciaal georganiseerde stagebijeenkomst. “In mijn geval was dat een ongelukkige start, dat klopt”, erkent Mirjam Post, die is belast met de begeleiding van Lieke en twee andere stagiairs op Curaçao.

Omdat Post vooral werkzaam is voor NoorderRuimte, een kenniscentrum van de Hanze, heeft ze weinig contact met de huidige generatie studenten Facility Management. “Ik ben eigenlijk een vreemde voor de studenten die ik begeleid.” De stage van Lieke zit er nu bijna op. In vijf maanden skypete Post één keer een kwartier met Lieke. Vlak voor vertrek volgt een tweede gesprek. Post: “Dat mag je mij aanrekenen, maar daar voel ik me zeker niet schuldig over. Dat is gewoon zoals het georganiseerd is. Wij krijgen tien uur voor een semester. Er zou meer tijd voor vrij gemaakt moeten worden voor begeleiding. Het kan wel op deze manier, maar dan is de consequentie dat je weinig contact hebt.”

Kwalitatieve stage?

De organisatie van de stage en de begeleiding die daarbij hoort, is in handen van de zogeheten praktijkbureaus van de opleidingen. De medewerkers van de praktijkbureaus moeten erop toezien dat de kwaliteit van het stagetraject is gewaarborgd. “Daar maken wij ons weleens zorgen over”, zegt Bremmer. “Na afloop van de stage enquêteren we de studenten. Daaruit komt dat één op de vier niet tevreden is met de begeleiding vanuit de opleiding.”

Hoewel BBS de uitslag van de enquête jaarlijks in een verslag zet, zijn Gurbe Laninga en Brenda Raatjes, die als stagecoördinatoren voor het Praktijkbureau Facility Management werken, verrast. “Het is raar dat BBS een enquête doet over de begeleiding, terwijl zij daar buiten staan”, vindt Laninga.

Raatjes bestrijdt dat de opleiding slecht op de hoogte is van de situatie bij stagebedrijven op Curaçao. “Wij krijgen een onderzoeksopdracht en die wordt op kwaliteit beoordeeld. Daarnaast moeten de studenten in het begin van hun stage een opdracht doen waarin ze vertellen hoe het bedrijf eruitziet.”

Die opdracht is volgens Lieke geen al te hoge horde. In de kast van het Maritiem Museum liggen namelijk genoeg eerdere edities van dezelfde opdracht. Helms geeft die uitwerkingen bewust door aan zijn stagiair. “Doe er je voordeel mee, zegt hij dan”, vertelt Lieke. “En ik vind dat hij daar wel gelijk in heeft. Er zijn tien studenten geweest en tien keer hebben ze dezelfde opdrachten gemaakt.”

Ruimte voor verbetering

Voor docente Mirjam Post is het duidelijk dat er ruimte is voor verbetering. Een permanente functie op Curaçao zou de oplossing kunnen zijn. “Iemand die het netwerk op hoog niveau onderhoudt en studenten begeleidt. Maar je kunt studenten ook heel intensief voorbereiden, zodat ze goed beslagen ten ijs komen.”

Bremmer denkt juist dat OnStage, het digitale volg- en registratiesysteem voor stages en afstudeeropdrachten dat de Hanzehogeschool onlangs in gebruik nam, de oplossing van het probleem is. “Maar dat er meer geïnvesteerd zou moeten worden in begeleiding door de opleidingen, daar zijn wij het natuurlijk helemaal mee eens.”

Publicatie: HanzeMag

Geschreven door: