5: De vrouwen uit een vergeten wielergeschiedenis

In dit podcastblog vertel ik jullie – mijn luisteraars – over Cassette. Over de verhalen achter de afleveringen, waarom ik ze maak, hoe ik dat doe en wat mijn indrukken zijn van de thema’s die ik met mijn gasten bespreek. Kortom: alles wat je niet hoort in de afleveringen van Cassette, lees je in dit blog.

Vrouwen uit een vergeten geschiedenis

Met een brede grijns staat Anneke in de deuropening. Ze geeft me een ferme hand en haalt die terug terwijl ze de mijne nog even vastheeft. Automatisch loop ik naar binnen. Ze wil me iets laten zien, dat had ik aan de telefoon al begrepen. Eenmaal binnen zie ik een tafel vol met kranten, papieren en mappen. Man Jan zet koffie, Anneke gaat aan tafel zitten. Ze wijst naar de overkant van de tafel. “Jij kunt daar zitten.”

Ik ben op bezoek bij Anneke Groeneveld in Werkendam. Anneke was in de jaren zestig de grondlegger van de georganiseerde wielersport in Nederland voor vrouwen. Ze richtte de NDWC – de Nederlandse Dames Wielren Club – op. “Dat is dus ‘wiel-ren-club’, en niet ‘wie-ler-club’. Zo zeiden we dat namelijk vroeger”, verzekert ze me. De NDWC was de eerste mogelijkheid voor meisjes en vrouwen om aan wielrennen te doen.

Het bezoek aan Anneke en haar archief is een volgende stap in mijn zoektocht naar de oorsprong van vrouwenwielrennen in Nederland. Het begon met een stuk over het eerste Nederlands kampioenschap in 1965 op sportgeschiedenis.nl. Best laat, dacht ik. Ik ging op zoek en de verhalen kwamen als vanzelf op me af. Via Ineke van IJken – de eerste Nederlands kampioene – kwam ik terecht bij Willy Kwantes. Willy was een concurrent van Keetie Hage (foto) en is een bijzonder goed verteller. Keetie Hage was de eerste Nederlandse die ervoor zorgde dat het Nederlands volkslied op WK’s klonk.

Allemaal vertelden ze wat ze hadden meegemaakt. Ineke vertelde hoe ze op een nuchtere maag dat eerste NK in ’65 had gewonnen. Het Polygoonjournaal sprak over ‘het zwakke geslacht’. Keetie vertelde – in al haar bescheidenheid – hoe ze in ’68 wereldkampioen werd op het circuit van Imola. Iedereen die toen leefde en van wielrennen houdt, weet nog waar hij was toen Jan Janssen de Tour won dat jaar. Maar hebben diezelfde mensen weleens gehoord van de eerste officiële wereldkampioene uit Nederland?

Terug naar de keukentafel van Anneke in Werkendam. Vol trots vertelt ze over haar brutale verleden, zoals ze het zelf noemt. Anneke was negentien jaar oud en schreef zoveel mogelijk bladen en wedstrijdorganisaties aan. De boodschap: wij willen fietsen! Ik krijg een vriendelijke afwijzing te zien van Libelle, een stuk dat wel gepubliceerd werd in Panorama, de correspondentie met de KNWU. Anneke verzamelde een paar rensters om zich heen en samen richtten ze de NDWC op.

De wedstrijden kwamen, het eerste Nederlands kampioenschap werd georganiseerd, Nederlandse rensters mochten naar het WK onder de vlag van de KNWU. Die hele geschiedenis ligt op een gewone maandagochtend uitgestald op een keukentafel in Werkendam. Anneke heeft alles verzameld. Ze was weg van een sport waar ze zelf veel te snel mee moest stoppen door een ernstige valpartij. Maar Anneke’s erfenis werd – zonder dat ze het misschien zelf door hadden – dankbaar in ontvangst genomen door kampioenen als Petra de Bruin, Monique Knol, Tineke Fopma, Leontien van Moorsel en Anna van der Breggen.

Met Cassette’s serie heb ik geprobeerd een geschiedenis te vertellen die vergeten dreigt te worden. Ik hoop dat de verhalen van Keetie, Ineke, Willy, Anneke en al die verhalen die ik (nog) niet verteld heb een cultstatus krijgen zoals de verhalen over Wim van Est, Jan Janssen en Joop Zoetemelk die hebben. Want onze rensters zijn al decennialang de beste van de wereld, maar vanzelf ging dat zeker niet.

Ik zou graag een verhaal maken over Wilma van der Wal. Zij ging in 1958 op een UCI-licentie (de KNWU erkende dameswielrennen nog niet) naar het WK, maar ik heb meer informatie nodig. Heeft u die informatie? Ik hoor het graag! Mail: cassette@benjamindebruijn.nl.

Foto: Bart Verhoeff