De trip naar wat geen wielergeschiedenis werd

Tot drie dagen voor Turijn leek de eerste Nederlandse eindzege in de Giro d’Italia aanstaande. Voor WielerUpdate.nl mocht ik het vliegtuig pakken om in het beslissende weekend van die historische gebeurtenis verslag te doen.

Een oranje vliegtuig staat klaar voor vertrek. Hier en daar hoor ik mensen praten over de Champions League-finale. Zelfs voetballer Davy Klaassen gaat mee, er heerst een jubelstemming. Ik ga met een ander doel naar Noord-Italië. Een andere finale in Italië, de finale van de 99ste Giro d’Italia. Het is vrijdag 27 mei en het vliegtuig dat buiten staat te wachten gaat me naar Nederlandse wielergeschiedenis brengen.

Eenmaal aangekomen op Milaan Malpensa Airport zorg ik er zo snel mogelijk voor dat ik toegang krijg tot internet. Hoe gaat het met rozetruidrager Steven Kruijswijk? Ondanks zijn ruime voorsprong blijft het spannend, je weet maar nooit… Het allereerste bericht dat ik zie is: ‘Oei! Kruijswijk knalt hard tegen een sneeuwberm!’.

Als ik een halfuurtje later mijn gehuurde Lancia richting Turijn stuur, lijkt Nederlandse wielergeschiedenis verder weg dan ooit. De berichten blijven binnenkomen: Kruijswijk zit alleen. Kruijswijk verliest een minuut, verliest twee minuten. Als ik bij mijn hotel kom in de uitlopers van de Alpen is het zo klaar als een klontje: Kruijswijk gaat de Giro niet winnen. Hoe dichter ik bij de Giro kom, hoe meer de rossige Brabander de eindzege uit het zicht verliest.

De volgende ochtend zet ik koers naar de berg waar de twintigste etappe zal finishen. Als ik mijn accreditatie heb, word ik met zes collega-journalisten in een busje naar finishplaats Sant’Anna di Vinadio gebracht – met eigen vervoer de berg op kan niet, daar is het dorp te klein voor. Naast me zit een Italiaan die geen Engels spreekt en weet dat ik geen Italiaans versta. Toch slingert hij zo nu en dan ferm een opmerking in zijn moedertaal naar me toe, gevolgd door een bulderlach. Het is snikheet in het busje en als klap op de vuurpijl brengt de vriendelijke Italiaan een sterke mondgeur met zich mee. Ik ruik veel koffie en weinig tandpasta. De rit duurt bijna twee uur.

Eenmaal boven is het fris. Oud-renner Juan Antonio Flecha komt naast me zitten in het perscentrum. De Spanjaard lacht veel en heeft meer dan eens een intiem onderonsje met zijn Britse vriendin. Flecha is tegenwoordig analist bij Eurosport, tussen zijn analyses door studeert hij op zijn laptop.

Als de finale van de laatste bergrit in de Giro nadert, wordt het steeds drukker rond de tv’s in de persruimtes. Vincenzo Nibali valt aan en is op weg naar zijn tweede eindzege in de Giro d’Italia. Italiaanse journalisten doen weinig om hun voorkeur te verbloemen. De aanwezige Nederlanders zien Kruijswijk lijden en kijken stil maar aandachtig toe. De tv’s hangen vlak achter de finish. Als Kruijswijk over de streep rolt, snel ik met een stuk of twintig collega’s naar hem toe. De kopman van LottoNL-Jumbo zit leeg en kapot op de grond. Op een centimeter of vijftig leg ik het afzien van Kruijswijk vast. Soms is verliezen mooier dan winnen, al weet ik niet hoe winnen er dit keer uitgezien zou hebben.

Een dag later rij ik eerst naar Cuneo, de laatste startplaats, en dan naar Turijn. Ik voel dat iedereen van LottoNL-Jumbo niet goed kan bevatten wat er in de laatste drie dagen gebeurd is. Zelf kan ik dat ook niet. Ik was op weg naar wielergeschiedenis. Nog voor ik daar ook maar iets van mee kon maken was het al voorbij. “Deze ronde gaat de geschiedenis in als de ronde waarin geschiedenis geschreven zou worden”, zei Maarten Tjallingii. De nieuwe Johan Cruijff van het wielrennen heeft gelijk. En in de visie van Tjallingii heb ik bovendien toch nog wielergeschiedenis meegemaakt.

Publicatie: WielerUpdate.nl

Geschreven door: