Liefhebber Ten Dam: “Ik ben jaloers op jonge renners van nu”

De kans is groot dat 2017 het laatste professionele koersjaar wordt van Laurens ten Dam. De liefhebber pur sang en nestor van Team Sunweb probeert een voorbeeld te zijn voor de talenten in de ploeg. Ten Dam heeft de cultuur in de wielersport zien veranderen en dat is misschien wel de beste opleiding tot leermeester. “Ik ben jaloers op de jonge renners van nu”, erkent hij.

De 36 jaar oude Ten Dam is koud geland na zijn avontuur in Californië. Daar woonde hij een jaar. Nu moet zoon Jens naar school en keert Ten Dam, een klein beetje tegen zijn zin in, terug naar Nederland. Na de groteske presentatie van Team Sunweb in Münster, zit Ten Dam rustig te wachten aan een tafeltje tot de eerste journalist een praatje met hem komt maken. WielerUpdate.nl schuift aan.

“We hebben een huis gekocht in Alkmaar en ik ga weer trainen met Niki Terpstra en Ramon Sinkeldam”, vertelt Ten Dam. “Familie wordt steeds belangrijker in mijn leven. Dat maakt me misschien geen betere wielrenner. Voordat ik mijn eerste kind kreeg, was ik een stuk egoïstischer”, voegt hij met een grijns toe. Ten Dam is bij Team Sunweb knecht voor Tom Dumoulin in de Giro d’Italia en voor Warren Barguil in de Tour de France, maar vooral leermeester voor talenten als Sam Oomen en neoprof Lennard Hofstede. Ten Dam: “Al moeten ze ook van mij willen leren natuurlijk. Zelf leerde ik als jonge renner vooral door naar anderen te kijken en te vragen. Ik hoop dat ze dat bij mij ook doen.”

“Ik ben jaloers op de jonge renners van nu”

De wielercultuur waar de Oomens en de Hofstede’s van deze wereld in terecht komen, is volgens Ten Dam totaal anders dan wat hij zelf in zijn eerste jaren als prof voor zijn kiezen kreeg. Ten Dam kwam als liefhebber in een profwereld met nieuwe wetten. Die andere wereld laat zich misschien wel het best illustreren door de anekdote van Thomas Dekker uit zijn biografie Mijn Gevecht. Ten Dam vindt zijn ploeggenoot op de ochtend voor de Amstel Gold Race van 2008 in de badkamer van een hotel in een plas met bloed. Ten Dam schrikt zich een ongeluk, maar helpt zijn ploeggenoot. “Dat was niet de leukste ochtend uit mijn carrière, laat ik het zo zeggen”, duidt Ten Dam met gevoel voor understatement.

Dekker schrijft: “Als de wekker om zes uur gaat sta ik zachtjes op, om Lau niet wakker te maken. Ik meet mezelf een infuus aan in de badkamer. Maar ik maak er een puinhoop van – alweer. Ik hak met de naald in mijn arm, keer op keer. Het bloed spuit in het rond. Lau wordt wakker en kijkt met zijn slaperige kop om de hoek van de badkamer. Hij schrikt zich een ongeluk. De bloedspetters zitten tegen de muren. Als het uiteindelijk wel lukt en het water in mijn aders zit helpt hij me mee opruimen, hoofdschuddend.”

Ten Dam: “Door die gebeurtenissen ben ik me bewuster van mijn rol, zeker. Ik ben heel blij dat de jonge renners van nu dat niet meer mee hoeven te maken. Wat ik al zei; het was niet het leukste moment uit mijn carrière. Er heerste een totaal andere cultuur bij de profs. Ik ben jaloers op de jonge renners van nu. Ze staan sneller aan de top en ze hoeven niet meer na te denken over wat andere renners doen.”

Uit de tijd dat Ten Dam zich moest bewijzen als prof, vanaf 2003, zijn veel grote wielrenners betrapt op dopinggebruik. De hoop van Ten Dam is dat er tegenwoordig schoner wordt gekoerst. De cultuurverandering in de wielrennerij heeft volgens Ten Dam een duidelijke oorzaak; de No Needle Policy. Sinds 2011 mogen renners (zonder medisch voorschrift) geen naalden meer gebruiken. Ten Dam: “Wat mij betreft is dat de beste invoering geweest van de UCI de laatste jaren. Toen ik prof was, kreeg ik ook inspuitingen. Daar zat niks illegaals in, dat waren vitamines, glucose, ijzer en dat soort dingen. Maar het was wel een naald. Na drie, vier jaar als prof denk je dat het erbij hoort.”

“Het was niet normaal om doping te gebruiken”

“Mijn beste Tours heb ik gereden zonder één inspuiting. Dat geeft wel aan dat het heel goed kan, maar het gebruik van naalden was een cultuur die erbij hoorde. De dokter kwam op je kamer en deed dat”, haalt Ten Dam terug. “Wat die cultuur met mij gedaan heeft als jonge renner? Ik weet nog heel goed dat wij met een paar jongens op de kamer lagen en de dokter gaf ons ‘herstel’, zoals je dat noemde. Een van die jongens zei: onze moeders zouden dit eens moeten zien. Toen dacht ik: ja, dit is ook gek. Het hoorde er gewoon bij, het was ook niks illegaals. Maar het is ook niet iets waar je als jonge jongen over droomt als je de Tour wilt rijden.”

Toch bestrijdt Ten Dam dat doping gebruiken in zijn tijd normaal was, een beeld dat vaak naar voren komt. Ten Dam: “Het was normaal om ‘herstel’ te krijgen, maar het was niet normaal om doping te krijgen. Natuurlijk kon je ook tegen die vitamines ‘nee’ zeggen als je geen naald in je lichaam wilde hebben. Maar doping was zeker niet normaal. In mijn ogen in ieder geval niet. Wat mag, dat mag en wat niet mag, dat mag niet. En dat deed ik dus ook niet.”

Ten Dam moest in zijn jeugd opboksen tegen renners die wel doping gebruikten, al was het alsof Ten Dam aan een andere wedstrijd deelnam. De liefhebber Ten Dam was al gelukkig met zijn plek in het peloton, winnen was vaak niet aan de orde. Ten Dam: “Als ik geen liefhebber van de sport was geweest op mijn manier, dan was ik allang gestopt. Ik heb namelijk nooit veel gewonnen. Ik wilde gewoon fietsen. Dat ik prof werd was al mooi en als ik dat toch eens tien jaar kon doen, dacht ik toen nog, dan zou dat geweldig zijn. Ondertussen verdubbelde elke twee jaar mijn salaris. Dus voor mij was het zonder winnen al hosanna.” Ten Dam zag bij Dekker een andere mentaliteit. “Hij wilde blijven winnen en daarom wilde hij doen wat de beste ook deden. En dat was doping.”

Nog één jaar gaat Ten Dam zijn wielerkennis overdragen op jonge renners en in dienst van kopmannen bergen bedwingen. Volgende week begint zijn seizoen in de Ruta del Sol, de eerste koers in aanloop naar de Giro d’Italia. De naam van Dekker echoot nog ergens in de krochten van het profpeloton, als een verhaal over hoe het ooit ging. “Ik heb hem, nadat het boek verscheen, een bericht gestuurd. Hij stuurde terug dat het hectisch was”, sluit Ten Dam af.

Foto: Team Sunweb

Geschreven door: