Kenny van Hummel: een eenzame strijder in de Tour

In de rubriek Cultheld uit de Tour schreef ik voor WielerUpdate.nl tijdens de Tour de France iedere zaterdag over een renner die op een bijzondere manier naam maakte in Frankrijk. Dit is het verhaal van Kenny van Hummel, misschien wel de slechtste klimmer ooit in de Tour.

Het is een klein sprookje dat Skil-Shimano, de voorganger van het huidige Giant-Alpecin, naar de Tour mag in 2009. Mannen als Albert Timmer, de Japanner Fumiyuki Beppu (tegenwoordig Trek-Segafredo) en latere etappewinnaar Simon Geschke staan voor het eerst aan de start van een grote ronde. Dat geldt ook voor Kenny van Hummel, een gedrongen sprinter uit Arnhem. Van Hummel zou weleens kunnen verrassen in een sprint, zo is de hoop vooraf.

De voorlaatste plaats in de proloog door Monaco is al een voorteken dat Van Hummel het weleens lastig zou kunnen krijgen tussen de grote mannen in de Tour. Terwijl zijn ploeggenoten zich van hun beste kant laten zien in de eerste ritten, komt Van Hummel niet verder dan de zevende plaats als beste resultaat. In de etappes dat het bergop gaat, eindigt hij steevast in de laatste groep. Maar pas als de Alpen bedwongen moeten worden, krijgt Van Hummel het echt lastig.

Het afzien begint in de vijftiende etappe naar Verbier. Alberto Contador danst in die rit naar de zege en legt de basis voor zijn tweede eindzege in de Tour. Van Hummel raakt al vroeg op achterstand, zelfs de bekende bus kan hij niet volgen. Van Hummel zwoegt door. De wielertoeristen die de hele dag op de slotklim hebben doorgebracht zetten koers naar het dal – de laatste renners zijn immers al een kwartier geleden voorbijgekomen. Plots komen er twee motoren met loeiende sirenes naar boven, achter de motoren het zwaailicht van de bezemwagen, ertussen een eenzaam strijdende sprinter. Van Hummel komt net op tijd binnen. “En nu met de pootjes omhoog”, zucht hij.

Een dag later gebeurt opnieuw waar Van Hummel zo bang voor is: hij kan de slechtste klimmers in de Tour niet volgen. Het is geen reden voor de man met rugnummer 199 – het hoogste nummer in de Tour dat jaar – om op te geven. Ondertussen pikt de pers het verhaal van Van Hummel op. Volgens L’Équipe is de Nederlander de slechtste klimmer ooit. Voor de start van de derde bergrit op rij in de Alpen staan er tientallen journalisten bij de bus van Skil-Shimano.

“Kenny, hou jij niet van groepjes?”, vraagt een verslaggever van de NOS enigszins bijdehand. “Op zich wel, maar het is zo moeilijk om erin te blijven”, antwoordt Van Hummel droog. Als Van Hummel die middag binnenkomt, dit keer een kleine tien minuten achter de nummer voorlaatst en bijna 34 minuten na winnaar Mikel Astarloza (later geschrapt wegens dopinggebruik), zegt hij vol ongeloof: “Het niveau is hier zo hoog. Het was vandaag geen sodemieter aan.”

Nog één dag en dan eindelijk even ‘rust’ in de individuele tijdrit. Als Kenny van Hummel ’s ochtends wordt geconfronteerd met het feit dat L’Équipe hem de slechtste klimmer ooit noemt, moet hij lachen. “Daar kunnen ze best eens gelijk in hebben, maar ik zit er nog wel in.” Niet voor lang. Opnieuw verliest Van Hummel de aansluiting. In de zeventiende etappe rijdt hij op de eerste beklimming al op grote afstand. Alle risico’s in de afdaling dus. Als het mistig is, krijgt Van Hummel instructies vanuit de ploegleiderswagen op basis van het navigatiesysteem. Dan gaat het mis. Van Hummel kletst onderuit en moet opgeven. De slechtste klimmer ooit vindt zijn waterloo in een afdaling.

Publicatie: WielerUpdate.nl

Geschreven door: