Iedereen een oom Lammert

Sinds augustus 2018 schrijf ik voor Wielrenblad een column. De eerste ging over samen fietsen als liefdeskoppel, de tweede over mijn oom Lammert. Hij zette mij op een kleine rode Raleigh. En nu fietsen we samen om de Zuiderzee. 

Er zoemt de hele nacht een peloton muggen rond mijn hoofd. Het is warm, en daar kan ik slecht tegen. Ik kan excuses zoeken, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat ik een beetje zenuwachtig ben. En daarom slaap ik slecht. Daarom slaap ik niet. Morgen 325 kilometer fietsen en ik heb te weinig getraind om me bij dat vooruitzicht comfortabel te voelen.

Terwijl ik me ’s nachts zorgen maak over die 325 kilometer fietsen zonder slaap, denk ik meteen: hoe zou dat voor mijn oom Lammert zijn? Hij draait op zijn zeventigste zijn hand er niet voor om een ronde om de Zuiderzee te maken met een stel jonge kerels die in de kracht van hun leven zijn. Ik mag me niet eens druk maken, bedenk ik me.

Mijn oom Lammert zette mij op een rood Raleigh-fietsje toen ik een jaar of tien oud was. Dat was tijdens een vakantie in de Plaffeien, Zwitserland. Het landschap glooit er en elke ochtend ging ik vanaf de camping met mijn neef en oom Lammert brood halen in een dorp verderop. Ik verdenk Lammert ervan dat hij het vooral deed voor de plaatjes die hij ervan kon schieten – fotografie is Lammerts tweede grote liefde. Ik had een bijna lichtgevende kort blonde coup en felblauwe ogen. Op de terugweg stak Lammert een stokbrood in mijn rugzak. In combinatie met het groene glooiende landschap op de achtergrond en de rode fiets gaf dat een prachtig beeld.

Lammert geniet nog steeds van dat beeld. Elke keer als ik hem zie refereert hij eraan. En hij genoot ervan zijn kleine neef te laten zien hoe mooi fietsen is. Halverwege de vakantie in Zwitserland kreeg Lammert het vertrouwen dat ik een langere tocht aankon. We fietsten een dorp verder, met onderweg een klim. Met een uiterste krachtinspanning kwam ik boven, geholpen door de duwende hand van oom Lammert. Ik voelde me al bijna renner.

Nu, zo’n achttien jaar later, is Lammert zeventig jaar oud (al ontkent hij zelf) en fietst hij naast mij tijdens de ronde om de Zuiderzee. In de weken voor deze onderneming belde hij af en toe. Soms met een praktische vraag, vaker om uiting te kunnen geven aan zijn voorpret. Lammert fietst tijdens de ronde om de Zuiderzee tussen zijn zoons en neefje die hem met precisie uit de wind houden – al vraag ik me af of dat echt nodig is. Als er een band gewisseld moet worden, springt Lammert van zijn fiets en is het klusje in een paar minuten geklaard.
Wat is het jammer dat we ouder worden en we uiteindelijk niet meer zelf beslissen hoe onze benen malen. Maar als ik een ding zou mogen wensen, dan zou het zijn dat ik op mijn zeventigste nog net zo fiets als Lammert nu.

Het rode Raleigh-fietsje blijft via verschillende neefjes, nichtjes en kleinkinderen in de familie. Iedereen mag het een keer proberen. En hebben ze er lol in? Dan mogen ze de fiets een tijdje lenen. Zo krijgt iedereen in de familie de kans om verliefd te worden op de fiets. Ik had me geen leven zonder kunnen voorstellen. Iedereen een oom Lammert!

Publicatie: Wielrenblad

Geschreven door: