“Ieder kind zou een fiets moeten hebben”

De Amstel Curaçao Race werd vorig jaar voor het laatst georganiseerd, de Curaçaose Wielerbond wordt niet meer erkend en initiatieven om jongeren op de fiets te zetten zijn gesmoord. Meer dan ooit lijkt de fietscultuur op Curaçao onder druk te staan. Terwijl er genoeg initiatieven zijn om daar verandering in te brengen. Hoe sterk is de fietscultuur op Curaçao eigenlijk nog?

Een zesjarig meisje zwoegt op haar felroze fiets met gouden wielen de heuvel op die vlak achter de pier ligt naast restaurant Karakter. Eenmaal boven laat ze zich in volle vaart van de helling rollen. Ze slaakt een luide kreet van geluk. Over een uur begint hier de Coral Estate Polar Classic, een mountainbikewedstrijd waaraan dit jaar voor het eerst professionele wielrenners deelnemen. Mannen waar lokale wielrenners tegen op kunnen kijken.

Fietscultuur onder druk

DSC_0672 (Large)“De Amstel Curaçao Race heeft veel teweeg gebracht bij de mensen op Curacao en is een inspiratie geweest voor veel jongeren om te gaan fietsen. In dat gat zijn wij als organisatie gesprongen”, vertelt professioneel wielrenner Marc de Maar. Hij is sinds kort koersdirecteur van de Coral Estate Polar Classic en wil in die rol zijn steentje bijdragen aan het versterken van de lokale fietscultuur.

Die fietscultuur staat namelijk onder druk. In 2014 werd na twaalf edities de laatste Amstel Curaçao Race gehouden. Het evenement trok jaarlijks wereldberoemde wielrenners aan als Chris Froome, Alberto Contador en Niki Terpstra. Iedereen mocht meedoen, waardoor amateurwielrenners op Curaçao de kans kregen om naast hun grote helden in één peloton te fietsen.

Curaçao werd beroemd met het concept, totdat de organisatoren de stekker uit het evenement trokken. „Ik voelde dat de houdbaarheidsdatum in zicht kwam en wilde het evenement niet zien afglijden”, zo liet Leo van Vliet, de initiator, destijds weten. Om de malaise nog wat groter te maken, wordt de Curaçaose Wielerbond sinds 2013 niet meer erkend door de Internationale Wielerunie (UCI). De organisatie en het land zijn volgens de UCI te klein voor een zelfstandige status.

De Maar woont al jaren op Curaçao en is sinds de autonomie zelfs officieel Curaçaoënaar. De nu 31-jarige wielrenner won twee keer het nationaal kampioenschap en reed tijdens Europese wedstrijden in de kampioenstrui van Curaçao. Nu die erkenning is weggevallen, mag hij de trui niet meer dragen en daarmee is een visitekaartje verloren gegaan.

DSC_0802 (Large)“Er zijn belangrijke dingen weggevallen”, weet ook De Maar. Ondanks de tegenslagen is hij vastbesloten om met de Coral Estate Polar Classic een nieuwe impuls te geven aan de fietscultuur op Curaçao. Zijn eerste wapenfeit was het strikken van collega’s Pieter Weening en Danny van Poppel, beiden succesvol wielrenner in Europa.

De profs en de inzet van De Maar hebben ervoor gezorgd dat de mountainbikewedstrijd is gegroeid van zestig deelnemers vorig jaar, naar honderd dit jaar, waardoor de pier afgeladen is met fanatieke mountainbikers van alle leeftijden, iets dat De Maar een gelukkig man maakt.

“Het is niet het meest technische rondje. Dat hebben we bewust gedaan zodat iedereen mee kan doen, ook mijn buurvrouw bijvoorbeeld. Zij legt één of twee rondjes af en staat na afloop met hetzelfde gevoel van voldoening als de profs haar biertje te drinken.”

Kleinschalig beginnen

De missie van De Maar om de fietscultuur op Curaçao te versterken lijkt aardig op weg. Al is er nog veel meer voor nodig om dat doel te bereiken, weet Patrick Thissen van wielerclub Bellisima. Volgens hem heeft de lokale jeugd weinig boodschap aan de grote namen uit het Europese wielrennen. “Er was hier ooit een clinic met Andy en Fränk Schleck (wereldberoemde Luxemburgse wielrenners, red.). Je moest de jeugd vertellen wie dat waren. Ze hadden geen idee dat ze met de goden van het wielrennen mochten fietsen. Die afstand is te groot. De fietscultuur is hier nog niet zo ver.”

Thissen denkt dat het verstandig is om een stap terug te gaan. “Als je jeugd aan het wielrennen wilt krijgen, moet je de fiets toegankelijk maken. Die is namelijk kostbaar. Daarnaast zou je banen aan moeten leggen, zodat ze niet aan het verkeer deel hoeven te nemen. En tot slot moet je jongeren begeleiden met trainingen.”

Iemand die zich jarenlang heeft beziggehouden met het begeleiden van lokale jeugd op de fiets, is Aichel Magdalena. Na de eeuwwisseling nam hij de Super Sensation Cycling Club over. Met zijn vriend Richard Jardinier haalde Magdalena jongeren van de straat en zette ze op een fiets. “Wij hadden als doel om jongeren te leren fietsen, maar ook een voorbeeld voor ze te zijn. We wilden ze leren hoe je op het rechte pad blijft in het leven.”

Dat begeleiden bleef dus niet bij alleen maar fietsen. “Al vrij snel werden we een soort opvoeders. We werden zelfs door ouders en leerkrachten gebeld of we niet even met ze konden praten als er iets was.” Magdalena stak bijna al zijn vrije tijd in de Super Sensation Cycling Club en dat bleef niet zonder succes. “Op een gegeven moment waren we groot, hadden we 35 leden. Allemaal jongeren.”

Magdalena en Jardinier deden alles om de jongeren een basis te bieden. Dat ging van het onderhoud van de fietsen tot het klaarmaken van maaltijden. “Ze hadden niet altijd genoeg te eten.” De voorwaarden om bij de club te mogen waren simpel: “Ze hoefden zich alleen maar te gedragen, te trainen en naar school te gaan. Het ging niet om de prestaties, maar om hun houding.”

Maar Magdalena en Jardinier stonden alleen in hun missie. Laurens Keesen, jeugdtrainer bij Bellisima, stelde meerdere keren een samenwerking voor. Magdalena stond daar wel voor open, maar de cultuurverschillen tussen de Curaçaose jongens die Magdalena onder zijn hoede had en de Europese jongens van Bellisima, bleek te groot. “Ik denk dat er een soort angst is onder de Curaçaose jongens. Ze zijn bang dat ze zich niet kunnen uiten en dat ze achtergesteld worden.”

Het bleek een onmogelijke opgave om met twee man een vereniging met 35 leden te runnen. Het project hield op. “Om dit te kunnen doen, heb je gewoon meer vrijwilligers nodig.” De fietsen, die Magdalena en Jardinier eerst zelf betaalden, en later gesponsord kreeg van een verzekeringsmaatschappij, staan nu in een schuur. De laag stof erop wordt met de dag dikker.

Op dit moment begeleidt Magdalena nog twee talentvolle wielrenners op het eiland. De jongens die hij vroeger hielp, zijn hun eigen weg gegaan. „Sommige jongens hebben het heel goed gedaan en studeren nu”, glundert Magdalena. “Maar ik heb ook jongens gezien met wie het minder is gegaan. Die schuilen als ze mij zien omdat ze op het verkeerde op pad terecht zijn gekomen. Ze schamen zich om ze weten dat ik ze het goede voorbeeld heb gegeven.”

Bikes 4 Kids

Bikes 4 KidsEen ander initiatief, dat Curacaose kinderen van jongs af aan met een fiets om leert gaan, is de stichting Bikes 4 Kids. De Amerikaanse Clark Boom en Sylva Skivara, die de stichting hebben opgezet, merkten dat veel ouders het geld niet hebben om een fiets voor hun kind te kopen. Hun doel is nu om dat probleem Curaçao uit te helpen. Bloom is stellig: “Ik denk dat ieder kind op de wereld een fiets zou moeten hebben.”

Bloom en Skivara zijn ruim drie jaar geleden begonnen met Bikes 4 Kids. “Iedereen weet nog precies wanneer ze hun eerste fiets kregen en hoe die eruit zag. Dat is ongelooflijk belangrijk in het leven van een kind.” Ieder jaar, tussen Sinterklaas en kerst, geeft de stichting ongeveer honderd fietsen weg aan kinderen. “Daarmee geven we een aanzet tot de ontwikkeling van de fietscultuur. We zorgen ervoor dat ze leren fietsen en daar kunnen prachtige dingen uit ontstaan”, legt Skivara uit.

Het is bijna ironisch dat juist een Amerikaans echtpaar de fietscultuur wil stimuleren op een eiland dat jaren onder bewind viel van Nederland – dat een rijke fietscultuur heeft. Skivara: “Misschien is het zo normaal voor Nederlanders om te fietsen, dat ze er niet aan gedacht hebben.”

Om hun doel te bereiken, hebben Bloom en Skivara nog een lange weg te gaan. “Er zullen altijd kinderen op Curaçao zijn die geen fiets hebben en hem ook niet kunnen betalen. Ons werk houdt nooit op.” Ook Magdalena vindt het initiatief van Bloom en Skivara prachtig, maar benadrukt dat er meer voor nodig is om de fietscultuur te stimuleren. Vooral voor jongeren vanaf veertien jaar. „In die fase zijn ze beïnvloedbaar en hebben ze voorbeelden nodig. Niet alleen om te blijven fietsen, maar ook om niet de criminaliteit in te gaan.”

De toekomst

Bij de Coral Estate Polar Classic vertelt de bondscoach van Curaçao, Henny Bonafacio, dat hij sprak met misschien wel de hoogste bobo in het wielrennen, UCI-voorzitter Bryan Cookson. “Ik heb goed contact met Cookson en we zijn bezig om de erkenning van de UCI terug te krijgen.” Mocht dat gebeuren, dan krijgen de fietstalenten op Curaçao de kans om ooit in Europa voor hun land uit te komen.

Als die basis er ligt zal de Curaçaose jeugd misschien beter doorhebben wie de grote wielrenners zijn die De Maar naar het eiland haalt voor zijn koers. In de laatste ronde van de Coral Estate Polar Classic blijkt Van Poppel de grootste van de drie profs die dit jaar naar Curaçao zijn gekomen.

De Maar komt als tweede over finish in zijn eigen race. Zijn balen blijft beperkt tot hooguit een paar minuten. Daarna is er weer reden voor positiviteit. Hij wil doorgroeien met dit evenement en is van plan zich na zijn carrière permanent te vestigen op Curaçao. “Vanaf dag één voel ik me hier meer thuis dan in Nederland.”

De Nederlandse profrenner ziet zichzelf tegen die tijd ook een rol vervullen in het begeleiden van jongeren die willen fietsen. En wie weet, over een jaar of tien, wordt de Coral Estate Polar Classic gewonnen door iemand die zijn eerste fietsje kreeg van Bikes 4 Kids.

Publicatie: Antilliaans Dagblad

Geschreven door: