Het gevecht van Kruijswijk in Italië

Nadat Steven Kruijswijk in de klimtijdrit zijn concurrenten op minuten heeft gezet, kan er nog maar weinig misgaan. Bergop is hij de sterkste van allemaal en ook in de afdaling staat de Nederlander zijn mannetje. Het kan niet anders, Kruijswijk gaat de 99ste Giro d’Italia winnen en Joop Zoetemelk als laatste Nederlandse winnaar van een grote ronde opvolgen. Een stuurfout, een moment van onoplettendheid, een salto en een muur van sneeuw. Dat is wat er misgaat. Daarna moet Kruijswijk vechten, vooral tegen zichzelf.

De berichten komen stevig binnen: Kuijswijk valt. Kruijswijk rijdt op achterstand. Kruijswijk verliest tijd. Kruijswijk uit het roze. Na afloop van de voor hem desastreuze negentiende etappe naar Risoul, wil Kruijswijk met niemand praten. Hij fietst meteen door naar het hotel. “Dat wat was wel even een moeilijk moment”, zou Kruijswijk later zeggen met gevoel voor understatement.

Een dag later besluit Kruijswijk toch op te stappen, ondanks een gehavende voet, een pijnlijke zij en een scheurtje in een rib. In de laatste bergetappe naar Sant’Anna di Vinadio verliest de Brabander ook nog het podium. Als Kruijswijk over de meet komt is er anderhalve minuut lang niets anders dan gehijg. Een gebroken Kruijswijk zit – tussen tientallen journalisten – met gebogen hoofd op de grond. Zijn eerste krachten gebruikt hij om een fluim snot naar buiten te werken. Op de achtergrond proberen Nibali-fans hun respect te betuigen door ‘bravo!’ te roepen. Het voelt wrang. Eerst geslacht worden door een Italiaan en dan gesteund worden door zijn fans.

Als Kruijswijk weer kan praten zegt hij: “Ik ging helemaal naar de kloten op het laatste stuk. Maar als je geen pijn wilt lijden, moet je geen wielrenner worden.” Even later wisselt Kruijswijk van kleren, nog altijd staan er een stuk of tien journalisten om hem heen. Primoz Roglic, de knecht die het langst bij Kruijswijk kon blijven in de laatste bergrit, staat er een beetje ongemakkelijk bij – machteloos. Hij mompelt iets van ‘ik probeerde zoveel mogelijk voor je te doen, Steven’. Niemand kan Kruijswijk op dit moment helpen. Vechten tegen de pijn is altijd eenzaam.

Als klap op de vuurpijl valt Kruijswijk nog een keer in de paradetocht naar Turijn de volgende dag. “Toen dacht ik helemaal dat het over was”, zegt nestor Bram Tankink na de etappe. Omdat de tijden zijn opgenomen bij de eerste doorkomst in Turijn, laat Kruijswijk zich op achterstand rijden op de lokale ronde. Hier en daar klinkt opnieuw een bemoedigend ‘bravo’ uit het publiek. Nederlandse fans roepen elke ronde dat Kruijswijk een held is.

Als hij eindelijk binnen is, zegt Kruijswijk dat hij kennis heeft leren maken met het dragen van de roze leiderstrui. Hij zegt dat hij terug wil komen en gaat proberen die einzege alsnog te pakken. Kruijswijk stelt dat hij heeft ontdekt dat hij in staat is een grote ronde te winnen. Maar onder zijn correcte uitspraken voel je de woede en het verdriet van Kruijswijk, zijn ploeg en alle Nederlandse wielerfans. “Het was nu en het had nu moeten gebeuren. De volgende keer telt nu niet”, vat ploegmaat Jos van Emden treffend samen.

Bij de ploegbus van LottoNL-Jumbo stapt Kruijswijk nog één keer op de fiets in Turijn om naar het hotel te gaan. Turijn, de stad waar een Nederlandse wielerheld bijna geschiedenis schreef en een onwaardig afscheid kreeg van de 99ste Giro. Op naar het hotel. Op naar de teleurstelling verwerken en op naar opstaan en weer doorgaan, de essentie van wielrennen.

Publicatie: WielerUpdate.nl

Geschreven door: