Cassette’s serie over de oorsprong van vrouwenwielrennen

Waarom zijn de Nederlandse vrouwen al zo lang oppermachtig in het wielrennen? Je hoort de vraag vaak voorbijkomen. De Nederlandse clubcultuur wordt dan weleens genoemd, en de mogelijkheid om te koersen. Toch is wielrennen in Nederland tot 1965 een mannensport. Dat verbaasde me en dus maakte ik met Cassette een serie podcasts over het ontstaan van vrouwenwielrennen in Nederland.

Zij was de allereerste Nederlands kampioene

Wielrennen wordt in Nederland pas echt toegankelijk voor vrouwen als de NDWC wordt opgericht – de Nederlandse Dames Wielrenclub. Het eerste officiële Nederlands kampioenschap op de weg in Zandvoort in 1965 is de volgende stap. Ineke van IJken wint, en was de eerste vrouw die het rood-wit-blauw om haar schouders krijgt.

Ik ging bij Ineke langs. Ze is intussen 73 jaar oud, maar werkt nog steeds. Als vrachtwagenchauffeur. In de eerste aflevering in deze serie hoor je hoe Ineke dat eerste NK beleefde, en hoe de NDWC werd opgericht.

Een vrouw mocht niet wielrenner van het jaar worden

Drie jaar na het allereerste NK heeft Nederland al een wereldkampioene. Keetie Hage sprint op het circuit van Imola naar een sensationele zege. Acht jaar later is haar palmares gevuld met zoveel medailles en truien dat geen prijzenkast groot genoeg zou zijn. Als Keetie in 1976 opnieuw wereldkampioen wordt, besluit de Club van 48 haar de prijs voor wielrenner van het jaar te geven – de Gerrit Schulte trofee. Althans, dat denkt Keetie. Want Schulte kan niet aanzien dat zijn trofee gewonnen wordt door een vrouw, en dus wordt de Keetie van Oosten-Hage Bokaal in het leven geroepen – een prijs voor de wielrenster van het jaar.

Gezworen concurrenten worden vrienden voor het leven

In de laatste aflevering in deze serie hoor je het verhaal over Willy Kwantes. Zij mag al op haar vijftiende naar het WK en is groot fan van Keetie van Oosten-Hage. Maar als Willy het peloton binnenkomt, ontwikkelt zich een hevige concurrentiestrijd tussen Willy en Keetie. Zo hevig dat ze op het NK van 1977 geen meter meer voor elkaar op kop willen rijden. Het schouwspel lijkt op een heruitgave van het toneelstuk dat Gino Bartali en Fausto Coppi opvoeren op het WK van 1948 in Valkenburg – waar de twee Italiaanse topfavorieten elkaar uitschakelen door niets te doen.

Maar Willy en Keetie worden geen Gino en Fausto. Gino en Fausto worden nooit vrienden. Willy en Keetie worden dat wel. Als Willy niet naar het WK mag in 1977, is Keetie verbolgen. Zo verbolgen dat ze zegt: “Ik ga niet”. En Willy zegt: “Dan ga ik ook niet.” De twee zijn nog steeds vriendinnen.

De oorsprong van vrouwenwielrennen heeft prachtige verhalen in zich, die makkelijk vergeten worden. Met deze serie hoop ik een voorzichtige bijdrage te leveren aan de herinnering aan een tijd waarin het nog niet vanzelfsprekend was dat vrouwen fietsten.

Geschreven door: