Coassistent op Curaçao: écht onderdeel van het team

Publicatie: Antilliaans Dagblad

Al bijna vijftig jaar komen er Nederlandse coassistenten naar Curaçao. Vaak voor de periode van een jaar om te leren van specialisten in het Sint Elisabeth Hospitaal (Sehos). De coassistenten komen niet zonder reden. Hier krijgen ze te maken met een andere cultuur, omstandigheden die ze niet gewend zijn in het rijke Nederland en ze mogen al snel veel meer doen dan hun collega’s aan de andere kant van de oceaan.

Met gehaaste spoed lopen ze in sneltreinvaart voorbij. De patiënt wacht en bovendien is er vanmiddag nog een operatie waarbij assistentie geboden is. Snel even een broodje naar binnen duwen als lunch en weer door. Het leven van een coassistent op Curaçao bestaat uit hard werken, af en toe genieten van het eilandleven, maar vooral heel veel leren.

Nederlandse coassistenten op Curaçao

“Ik wist niet echt wat me te wachten stond, maar de eerste keer dacht ik: ‘Jeetje, dit is heftig. Wat is het hier oud en onhygiënisch'”, vertelt Jetty Ipema over haar eerste indruk van het ziekenhuis – nu bijna een jaar geleden.

Ipema is één van de ongeveer dertig studenten die op Curaçao werkzaam is als coassistent. Twintig daarvan komen van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), waarmee het Sehos samenwerkt, de andere tien coassistenten komen van andere Nederlandse universiteiten. Zij worden ook wel ‘wilde co’s’ genoemd.

Ipema heeft haar tijd op Curaçao er bijna op zitten, maar het indrukwekkende begin staat haar nog helder voor de geest. “Ik denk dat iedereen het wel even moeilijk heeft in het begin. Alles is anders, niet alleen het ziekenhuis, maar ook de mensen om je heen, het klimaat en bijvoorbeeld hoe je woont.”

Van student tot arts

Na een introductieweek worden de coassistenten meteen in het diepe gegooid. “Daarom ben ik dit ook gaan doen. Ik wilde naar het buitenland en ik had gehoord dat je hier zelfstandiger wordt. Dat heb ik in Nederland wel gemist, daar liep ik vooral achter de specialist aan”, legt Ipema uit.

Studenten uit Groningen hebben hun eerste coschappen in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) of het Martini Ziekenhuis gelopen. Vooral in het UMCG is de rol van de coassistent beperkt. Om het bed van de patiënt in het universitaire ziekenhuis staat de specialist, een arts in opleiding, een arts niet in opleiding, een semi-arts en pas dan komen de coassistenten. Daardoor krijgt de coassistent minder aandacht, verantwoordelijkheid en dus minder kans om te leren.

Wijd aanzicht SehosIn het Sehos is het totaal andere koek. Er is een specialist, een arts-assistent en dan komt de coassistent al. “Als de zaalarts afwezig is, moet de coassistent die dag de visite bij de patiënten doen. Er is natuurlijk wel een supervisor, maar die gaat op een gegeven moment weg en dan moet jij het verder maar regelen.”

Ipema vertelt over haar werk als een zelfverzekerde en doorgewinterde coassistent. Dat verbaast Scarlet van Belle niets. Van Belle is werkzaam voor de Nederlands Caribische (voorheen Antilliaanse) Stichting voor Klinisch Hoger Onderwijs (NASKHO). De NASKHO plaatst en begeleidt de coassistenten op Curaçao.

Van Belle ziet een duidelijk verschil tussen studenten die beginnen en studenten die bijna klaar zijn. “Ze komen heel timide binnen en ze gaan weg als jonge dokters. Voordat ze komen sturen ze altijd pasfoto’s op. Ik zie dan kindjes, een jaar later zijn ze volwassen.”

“Als je begint met het coschap chirurgie, sta je binnen een week iemand te hechten. Ik kwam gisteren een jongen tegen die net is begonnen op gynaecologie en die had zijn eerste baby al gehaald.” Zo worden de coassistenten in een razendsnel tempo opgeleid tot een volwassen arts.

Andere omstandigheden

Behalve het hoge tempo, zijn ook de omstandigheden in het Sehos totaal anders dan die in Nederland. Het gebouw is, vergeleken met Nederlandse ziekenhuizen, sterk verouderd. Een koele zaal met slechts een paar andere patiënten kan niet altijd geboden worden. “De standaardverzekering dekt alleen opname op een zaal met veel anderen. En dat is geen pretje”, stelt Ipema.

Inmiddels weet Ipema niet beter. “Toen mijn vriend op bezoek was, heb ik hem het ziekenhuis laten zien en hij was echt onder de indruk. Toen dacht ik: ‘huh, waar verbaast hij zich nou over?’ Dus het went heel snel. Je leert roeien met de riemen die je hebt.”

Professor Ashley Duits is onderwijscoördinator. In die functie is de geboren Curaçaoënaar verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs in het Sehos. Duits denkt dat werken met minder middelen ook zo zijn voordelen heeft. “Er is bijvoorbeeld niet altijd een CT-scan beschikbaar en dus ga je nadenken of je wel echt zo’n apparaat nodig hebt voor je onderzoek. Dat is op zichzelf al heel informatief en vormend.”

“Werken in het Sehos werkt op twee manieren positief. Je leert hier veel en dat neem je mee naar Nederland.” Omdat Nederland steeds multicultureler wordt, hebben artsen zogenaamde culturele competenties nodig volgens Duits. “Coassistenten in Nederland ontwikkelen deze competenties alleen doordat hun patiënten uit een andere cultuur komen, maar de werkomgeving blijft Nederlands. Hier zitten de coassistenten een jaar lang in een totaal andere cultuur.”

Dichter bij de patiënt

Dayanara Jean Pierre

Dayanara Jean Pierre kende die cultuur beter dan haar collega’s toen ze terugging naar Curaçao om coschappen te lopen. Jean Pierre werd geboren op Curaçao en ging naar Nederland om te studeren. Eerst Biomedisch onderzoek en later Geneeskunde. Via de RUG kreeg ze de kans om terug te keren naar haar geboorteland.

Toch werd ook Jean Pierre verrast. “Ik ben vroeger niet veel in het ziekenhuis geweest. Voordat ik terugging was ik een beetje sceptisch. Ik had het beeld dat het slecht geregeld is hier. Maar dat is me allemaal heel erg meegevallen. Ik heb hier al zo veel geleerd.”

Van Belle ziet een duidelijke reden voor de snelle ontwikkeling van de coassistenten. “Het voordeel van de coassistent op Curaçao is dat hij heel dicht bij de specialist en de patiënt staat.” Jean Pierre vult aan: “Hier moet je het protocol en de praktijk kennen. Je krijgt meteen de kans om dat te combineren. Je hebt veel contact met de patiënt én je wordt veel overhoord.”

Zon, zee, zuipen?

Voor Jean Pierre, Duits, Van Belle en Ipema mag het zo klaar als een klontje zijn dat de Curaçaose ervaring die coassistenten opdoen een meerwaarde heeft. Toch blijft er ontegenzeggelijk een beeld bestaan dat coassistenten naar Curaçao komen om te genieten van het weer, de zee en de feesten op het strand.

Volgens Van Belle is er altijd een groep die komt met die motivatie, maar weet de meerderheid heel goed waar hij aan begint. “Ik denk dat negentig procent komt om een nieuwe cultuur te leren kennen waarin je op een andere manier met patiënten om leert gaan. Tien procent komt komt alleen maar voor het strand.”

“Universiteiten die geen co’s hebben op Curaçao zijn sceptischer omdat zij de ervaring niet hebben”, voegt Jean Pierre toe. Ze ergert zich aan mensen die een negatief beeld hebben van de coassistenten op Curaçao. “Ik heb hier juist de perfecte balans tussen hard werken en genieten gevonden.”

Coassistenten zijn natuurlijk niet de enige Nederlandse studenten op Curaçao. Naar schatting zitten er ruim duizend stagiairs op het eiland. Van Belle weet dat Curaçaoënaars niet bepaald dol zijn op die groep en dat kan afstralen op de beeldvorming over coassistenten.

Van Belle denkt echter dat de gemiddelde coassistent niet gerekend kan worden tot de standaard stagiair. “Er is duidelijk een niveauverschil tussen stagiaires en coassistenten en ik denk dat als je een hoger opleidingsniveau hebt, dat je je minder snel verliest in dat losgaan.”

“Wat ik heb geleerd in al die jaren in de medische zorg, is dat het een zwaar vak is waarin veel van je wordt verlangd. Het is dan ook niet raar dat coassistenten af en toe flink los willen gaan,” gaat Van Belle verder. “Zolang je niemand kwaad doet, en je gewoon fris in het ziekenhuis komt, dan is dat geen probleem,” zegt ze, en verduidelijkt: “Als een coassistent onder invloed of niet scherp genoeg in het ziekenhuis komt, dan kan hij gelijk zijn biezen pakken!”

Onderdeel van het team

Studenten moeten wel vol passie voor het vak van arts naar Curaçao komen om hun periode op het eiland tot een succes te maken. Dat zien ook de artsen in het ziekenhuis. “Specialisten betalen ons jaarlijkse uitje uit dankbaarheid voor onze inzet. Waar zie je dat nou nog?”, vertelt Jean Pierre opgetogen. “In Nederland is dat totaal anders. Daar zien specialisten je en zeggen dan: ‘Ah, jij bent er ook weer. Wat was je naam ook alweer?'”

Het team van specialisten, artsen, verpleegkundigen en coassistenten uit het Sehos komen elke vrijdagmiddag bij elkaar om de week af te sluiten onder het genot van een borrel. Als Jean Pierre vertelt hoe het personeel van het ziekenhuis met elkaar omgaat, lijkt het hiërarchische Nederland veel verder weg dan de feitelijke achtduizend kilometer.

Aan het einde van het gesprek excuseert Jean Pierre zich. Er komen berichten binnen op haar telefoon. “Kijk, dit is dus echt uniek: de arts appt me om iets door te geven. Dat zou in Nederland niet gebeuren. Hier ben ik echt onderdeel van het team.”